Dienst Toeslagen berekent uw huurtoeslag door de normhuur (uw eigen bijdrage op basis van uw inkomen) af te trekken van uw rekenhuur. Het verschil, tot de rekenhuurgrens, wordt gedeeltelijk gesubsidieerd. Hoe lager uw inkomen en hoe dichter uw huur bij de kwaliteitskortingsgrens, hoe hoger uw toeslag.
Dit artikel is gebaseerd op de officiele berekeningsmethode van Dienst Toeslagen voor het toeslagjaar 2026.
Hoe werkt de huurtoeslag berekening?
De huurtoeslag is geen vaste uitkering. Het bedrag dat u ontvangt, is afhankelijk van drie factoren: uw rekenhuur, uw inkomen (via de normhuur) en de kwaliteitskortingsgrenzen.
De basisformule is:
Huurtoeslag = Subsidiabele huur - Normhuur
De subsidiabele huur is de huurprijs die in aanmerking komt voor vergoeding. De normhuur is het deel dat u zelf betaalt. Het verschil is uw toeslag.
Stap 1: Bereken uw rekenhuur
De rekenhuur is de basis voor de berekening. Dit is niet altijd precies uw kale huurprijs.
Heeft u servicekosten die meetellen? Dan is uw rekenhuur: kale huur + toegestane servicekosten (elk maximaal € 12,00 per post per maand).
Stap 2: Bepaal uw normhuur
De normhuur is de eigen bijdrage die u moet betalen op basis van uw inkomen. Hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de normhuur. Dienst Toeslagen gebruikt een officiele normhuurtabel.
Hieronder een indicatieve normhuurtabel voor alleenstaanden onder de AOW-leeftijd in 2026:
Dit zijn indicatieve bedragen. De exacte normhuur wordt bepaald via de officiele normhuurtabel van Dienst Toeslagen.
Stap 3: Bepaal de subsidiabele huur
De subsidiabele huur hangt af van de positie van uw rekenhuur ten opzichte van de kwaliteitskortingsgrenzen.
Er zijn drie zones:
Zone 1 (onder lage kwaliteitskortingsgrens: < € 454,47) Uw rekenhuur valt volledig binnen de laagste zone. U ontvangt 100% subsidie over het verschil tussen rekenhuur en normhuur.
Zone 2 (tussen € 454,47 en € 647,19 voor 21+) De subsidiabele huur is het volledige bedrag in deze zone. Subsidiepercentage is 100%.
Zone 3 (tussen € 647,19 en € 879,66 voor 21+) Over dit deel ontvangt u slechts 65% subsidie. Het overige 35% betaalt u zelf.
Rekenvoorbeelden
Voorbeeld 1: Lage huur, laag inkomen
Rekenvoorbeeld: Voorbeeld 1: Alleenstaand, inkomen € 18.000, huur € 520
Voorbeeld 2: Hogere huur boven kwaliteitskortingsgrens
Rekenvoorbeeld: Voorbeeld 2: Alleenstaand, inkomen € 24.000, huur € 750
Voorbeeld 3: Inkomen dicht bij de grens
Rekenvoorbeeld: Voorbeeld 3: Alleenstaand, inkomen € 30.500, huur € 650
Gebruik de officiele rekentools
Voor een exacte berekening van uw persoonlijke situatie zijn er twee betrouwbare tools:
De officiele tool op toeslagen.nl gebruikt de exacte normhuurtabellen en kwaliteitskortingsgrenzen. Het resultaat is de meest betrouwbare schatting voor uw persoonlijke situatie.
Samenvatting
De huurtoeslag wordt berekend door de normhuur af te trekken van de subsidiabele huur. De normhuur stijgt met uw inkomen. Huur boven de hoge kwaliteitskortingsgrens (€ 647,19 voor 21+) wordt voor slechts 65% gesubsidieerd.
Hoe lager uw inkomen en hoe dichter uw huur bij de kwaliteitskortingsgrens, hoe hoger uw maandelijkse toeslag.